woensdag 28 maart 2012
Stefan: wat ik niet snap: waterstofbruggen, dipool karakter. Hoe ik leer: ik lees de aantekeningen, lees de tekst en als ik het snap ga ik vragen maken en als ik het niet snap ga ik het nog een keer rustig doorlezen, en herhalen. Floris: wat ik niet snap: atoombinding en gemeenschappelijk elektronenpaar. Hoe ik leer: 3 dagen van te voren, boek en aantekeningen doorlezen.
dinsdag 20 maart 2012
opdracht 3
deze applet gaat over formules van zouten, je kan ook zien of ze wel of niet oplosbaar in water zijn.
deze applet is wel in het Engels. je hebt 10 positieve en 10 negatieve ionen.
http://employees.oneonta.edu/viningwj/sims/solubility_of_ionic_compounds_s.html
deze applet is wel in het Engels. je hebt 10 positieve en 10 negatieve ionen.
http://employees.oneonta.edu/viningwj/sims/solubility_of_ionic_compounds_s.html
vrijdag 9 maart 2012
opdracht 2
1. Reactie vergelijking van het oplossen van aluminium en carbonaat??
2. Waarom vallen roosters uit elkaar als je de zouten oplost??
3. Waarom hebben zouten zo'n hoge smeltpunt??
4. In welke fase van een zout geleidt het stroom??
5. Wat is de formule van fosfaat??
6. Hoe kun je zien dat suiker oplost??
7. Wat is de faseaanduiding van "opgelost in water??"
8. Noem 2 voorbeelden van samengestelde ionen.
2. Waarom vallen roosters uit elkaar als je de zouten oplost??
3. Waarom hebben zouten zo'n hoge smeltpunt??
4. In welke fase van een zout geleidt het stroom??
5. Wat is de formule van fosfaat??
6. Hoe kun je zien dat suiker oplost??
7. Wat is de faseaanduiding van "opgelost in water??"
8. Noem 2 voorbeelden van samengestelde ionen.
donderdag 1 maart 2012
opdracht 1
samenvatting van hoofdstuk 6.5 en 6.6
6.5
Binding in molekulen.
De atomen in een molekuul zijn onderling met elkaar verbonden. De structuurformule geeft weer welke atomen met elkaar verbonden zijn.
Een atoombinding komt tot stand, door dat 2 atomen elkaars elektronen "gebruiken".
bijvoorbeel H : O : H (water)
dit is een bindend of gemeenschappelijk paar.
een aantal bindings mogelijkheden van een atoom wordt de covalentie van een atoomsoort genoemd. Er komt dus voor dat er 2- of 3 voudige bindingen wordt gebruikt. Covalentie van zuurstof is dubbel omdat de covalentie van zuurstof 2 is.
de covalentie komt tot stand omdat een atoom een aantal elektronen in zijn schil heeft en er 8 wil hebben.
6.6
elektronegativiteit
bij ongelijksoortige blijkt dat het elektronenpaar vaak in de richting van een van de atomen verschoven te zijn. dat komt doordat de een van de atomen harder aan de andere atomen trekt. dat deel krijgt een negatieve lading en wordt delta -, het andere deel wordt dan delta +. dit es een polaircovalente atoombinding.
Elke atoomsoort heeft een andere elektronegativiteitswaarde (EN-waarde). hoe hoger de En-waarde hoe "harder het atoom trekt"
Een binding is covalent, als het verschil in EN-waarde hoogstens 0,4 is.
een binding in polair(covalent), als het verschil tussen 0,5 en 1,7 ligt.
en als het verschil in EN-waarde groter dan 1,7 is dan heet dat een ionbinding.
vragen.
1. wat is covalentie van een atoom.
2. welk atoom trekt harder aan een ander atoom?? Broom of Zwavel?
Bronvermelding.
Scheikunde voor het laboratorium onderwijs
drs. HR. Leene
6.5
Binding in molekulen.
De atomen in een molekuul zijn onderling met elkaar verbonden. De structuurformule geeft weer welke atomen met elkaar verbonden zijn.
Een atoombinding komt tot stand, door dat 2 atomen elkaars elektronen "gebruiken".
bijvoorbeel H : O : H (water)
dit is een bindend of gemeenschappelijk paar.
een aantal bindings mogelijkheden van een atoom wordt de covalentie van een atoomsoort genoemd. Er komt dus voor dat er 2- of 3 voudige bindingen wordt gebruikt. Covalentie van zuurstof is dubbel omdat de covalentie van zuurstof 2 is.
de covalentie komt tot stand omdat een atoom een aantal elektronen in zijn schil heeft en er 8 wil hebben.
6.6
elektronegativiteit
bij ongelijksoortige blijkt dat het elektronenpaar vaak in de richting van een van de atomen verschoven te zijn. dat komt doordat de een van de atomen harder aan de andere atomen trekt. dat deel krijgt een negatieve lading en wordt delta -, het andere deel wordt dan delta +. dit es een polaircovalente atoombinding.
Elke atoomsoort heeft een andere elektronegativiteitswaarde (EN-waarde). hoe hoger de En-waarde hoe "harder het atoom trekt"
Een binding is covalent, als het verschil in EN-waarde hoogstens 0,4 is.
een binding in polair(covalent), als het verschil tussen 0,5 en 1,7 ligt.
en als het verschil in EN-waarde groter dan 1,7 is dan heet dat een ionbinding.
vragen.
1. wat is covalentie van een atoom.
2. welk atoom trekt harder aan een ander atoom?? Broom of Zwavel?
Bronvermelding.
Scheikunde voor het laboratorium onderwijs
drs. HR. Leene
Abonneren op:
Reacties (Atom)